Iphone Iphone in mijn hand wie heeft de meeste likes in dit land?

Soms weet ik me geen houding te geven. Ongeïnteresseerd noemden ooit een leerkracht mij op de Pabo. Gedeeltelijk zou dit kunnen kloppen, want de rest van de inhoud van dit gesprek is me niet bij gebleven, maar meestal is het de onzekerheid die mij lastig valt.

Ik kan me zorgen maken over wat mensen van mij vinden. Zo weet ik dat best scherp uit de hoek kan komen. Met vriendinnen geen probleem, maar op mijn werk niet altijd tactisch. Ook flap ik er wel eens iets uit waarvan ik later spijt heb. Aan de andere kant vraag ik me af waarom dit me bezig houdt. Ik ben ik en ik mag er wezen, als ik ergens spijt van heb kan ik daar op terug komen. Als ik maar eerlijk ben naar mezelf toe.

Na een lunch met de bovenschools directeur kwam ik terug op mijn werk en vertelde mijn collega dat ik twijfelde of ik wel goed over kwam. Want in de eerste zinnen vertellen dat je ADD hebt is niet altijd slim. En misschien kwam dit wel in het artikel te staan, wat moeten mensen daar wel niet van denken! Zegt mijn collega heel droog: “Jij denkt echt veel te veel na over dit soort dingen.” En dat kwam binnen, want waarom ben ik hier mee bezig? Ben ik niet goed genoeg? Moet ik iedereen pleasen?

 

Ben ik eigenlijk wel trots op wie ik ben?

 

Ik weet dat mijn onzekerheid mij blokkeert in bepaalde situaties. In mijn werk laat ik niet altijd zien wie ik ben. Ik verdedig mezelf als mensen mij tips geven, iets waar we tijdens een potential bijeenkomst mee geoefend hebben en mij bewust hebben gemaakt van deze situaties. Op de tennisbaan tijdens de les kan ik de ballen prima raken, maar in de wedstrijd blokkeer ik en vind mezelf het slechtst van de hele competitie. Ik merk dat positieve feedback mij erg stimuleert, wat logisch is als je weet dat dit voor de meeste van mijn leerlingen ook een goede methode is. Maar als volwassene is het niet meer vanzelfsprekend om positieve feedback te geven. Nee, wij letten op elkaars gebreken en willen opbouwende kritiek geven.

Kijk naar social media. Mensen posten foto’s voor en na het afvallen, maar een foto van een week lijnen en nog niet afvallen zien we niet. Of we krijgen die foto wel te zien, met het commentaar dat het niet werkt en dus gezocht moet worden naar een andere methode. Ik zie de foto’s van afgetrainde lichamen voorbij komen en vraag me toch af hoe mensen dat doen, en doe ik dan iets niet goed? Of ben ik al goed bezig met minimaal 1x per week sporten, gezond eten (oerhollandse bruine boterhammen met kaas), 4 dagen werken en het huishouden met een tweejarige draaien?

Waarom moeten wij elkaar alleen het beste van het beste laten zien? Voel ik me als enige aangesproken? Moet ik dan maar stoppen met social media? En wat doet het met anderen, mensen die misschien niet bewust zijn van het beeld dat mensen creëren in plaats van het delen van de werkelijkheid. Als ik hier al last van heb, dan zijn er met mij nog meer mensen die hier last van hebben.

Het leven is gewoon niet altijd rozengeur en maneschijn, er zijn gewoon ook heel veel dagen waarop je best in je huispak op de bank mag zitten met een lekker dekentje en ’s avonds een heerlijke vette pizza bestellen, zodat je lekker met het hele gezin op de bank kan zitten met bier en pizza (voor L een sapje, maar je begrijpt wat ik bedoel).

 

Dan maar geen sixpack of green happiness, ik ga voor geluk!

Life is like a moving box, you change…

In de 12 jaar dat ik in Tilburg woon heb ik al op 7 verschillende adressen gewoond (en daar vallen Barcelona en New York niet onder). Het 7e adres is er deze week bij gekomen. Zeven adressen betekent ook 7 keer verhuizen, dan zou je denken dat ik een pro ben. Helaas, verandering is niet mijn sterkste kant.

Tijdens het onderzoek van de psycholoog werd er vaak gesproken over autisme. Ik hou me vast aan bestaande structuren en heb last van veranderingen in die structuren.

Zo eet ik elke ochtend hetzelfde totdat ik het beu ben en dan switch ik naar een ander ontbijt en dat hou ik dan weer een aantal jaar vol. Hetzelfde geldt ook voor de lunch, ik heb al een aantal collega’s vreemd zien kijken op het moment dat ik mijn boterham in zes stukken snijd en die dan allemaal beleg met een plakje komkommer om ze vervolgens met mes en vork op te eten.

Deze voorbeelden hebben minder invloed op mijn houvast en ik kan er ‘goed’ tegen als er iets anders is zonder dit zelf te hebben gedaan.

Verhuizen is een grote verandering. Alles is anders, de slaapkamer, de badkamer, de douche, de weg naar school, de plek waar mijn fiets staat. Ik moet met heel veel zaken rekening houden om mijn geplande structuur vast te kunnen houden. Dit kost veel energie en uithoudingsvermogen.

Deze verhuizing viel samen met een onrustige week. Niet een week waarbij ik ‘gewoon’ mijn werk kon doen, maar een week met opleiding en vrije dagen. En deze verhuizing moest ik niet alleen op mezelf letten, maar ook op een stuiterende tweejarige (van wie zou hij het hebben?). L liep letterlijk springend tussen de gereedschapskisten door het huis. Dit hadden we duidelijk anders moeten plannen. Gelukkig, heel erg gelukkig hebben we dit keer een verhuisbedrijf laten komen, zij hebben al het zware sjouwwerk verricht en ik kon voldoende verhuisdozen, labels en papier ophalen om de dag zo relaxed mogelijk te laten verlopen.

Ondanks dat was ik niet mezelf. En dat weet ik, dat weet ik zo goed. De onrust in mijn lijf, de momenten van hyper en het vergeten van de simpelste dingen. Ik weet dat ik uit balans ben. En dat is zo frustrerend.

In mijn hoofd bouw ik een Jenga toren, alle blokjes netjes op elkaar. Als het spel begint haal ik er blokjes uit en probeer ze netje op te stapelen, maar het is wachten op het moment dat er te weinig blokjes over zijn in de basis en de toren omvalt. En dan moeten de blokjes weer één voor één gestapeld worden om een stevige toren vormen.

Het belang van een lijstje

Zonder boodschappenlijstje naar de supermarkt is eigenlijk nooit een goed idee. Ik kan geen keuzes maken. Een paar jaar geleden, in de periode dat ik in de ziektewet zat en binnenstebuiten werd gekeerd om er vervolgens achter te komen dat ik AD(H)D heb, was het verschrikkelijk.

Omdat ik toen veel thuis was deed ik vaak boodschappen, bijna elke dag, want dan kun je lekker kiezen wat je gaat eten… Ik ging altijd voor een paar dingen naar de supermarkt, zonder lijstje natuurlijk want die paar dingen die kun je wel onthouden, toch?! Nou vergeet het maar, ik niet. Het probleem begon al bij de ingang, wat ga ik eigenlijk eten vanavond? En ik moet ook koekjes meenemen, maar welke? En als ik dan eindelijk een beslissing had genomen en wist wat ik wilde koken, bedacht ik me en kon ik de winkel nog een keer door om alle ingrediënten te wisselen voor het nieuwe recept. Ik heb letterlijk een keer 20 minuten voor het schap met koekjes gestaan, omdat ik echt niet wist wat ik wilde. Ik kon wel janken. En vervolgens thuis erachter komen dat je een belangrijk ingrediënt vergeten bent.

Gelukkig had ik een fijne psycholoog die mij verzekerde dat het beter was als ik een lijstje zou maken. Dus ik maak altijd een lijstje of lijstjes, niet alleen de boodschappen staan in een lijstje, maar ook mijn dingen voor de klas, de opleiding en met een verhuizing voor de boeg bestaat mijn lijstje tegenwoordig ook uit rollen tape, dozen en parkeervergunningen. En als je dan maar 1 lijstje maakt werkt het eigenlijk nog niet!

Nu ken ik mezelf ondertussen wel een beetje en weet ik wanneer ik uit moet kijken. Dus als de lijstjes te lang worden of teveel verschillende onderwerpen bevatten dan moet ik op de rem. Helaas vergeet ik die rem, met als gevolgd dat ik dingen vergeet…

Van de eieren in de supermarkt die mijn volledige planning in de war schoppen tot de vergadering die op tijd doorgegeven is, maar toch echt niet in mijn agenda staat.

Nu kan ik bij de pakken neer gaan zitten, maar daar heb ik niks aan. L is vrolijk, P is lief en ik ga door, want ik kan het!

 

Alice: ‘This is impossible!’

The mad hatter: ‘Only if you believe it is!’

Mama gaat weer naar school…

Of de juf gaat weer naar school, of misschien is het de student…

Dan ben je 30 heb je een zoon, een verloofde, je huis verkocht en wil je ineens carrière maken. Al wordt dit niet zo genoemd in het onderwijs, want het is geen ellebogenwerk en er is geen senior topfunctie. Voor het salaris moet je het ook niet doen. Nee, ik hou van mijn vak. Het onderwijs, onderwijzen, onderwijs maken, onderwijs ontwikkelen en daar samen beter van worden. Dus heb ik, eindelijk, de stap genomen en ben ik in januari gestart met een interne opleiding management en mag ik mij management trainee (potential) noemen. En juf en moeder.

Deze woorden op papier zetten, zorgt voor een klein zweempje stress, want hoe doe je dat. Vier dagen werken, een opleiding volgen, het huishouden en dan met de concentratie van een ei. Ja, je leest het goed een ei. Voor ik de eerste woorden op papier heb gezet, ben ik ongeveer een uur bezig geweest met het ontwerp van mijn website. En je verwacht het niet, alleen de foto is vervangen en de titel.

Dus hoe overleef ik mijn 30ste jaar en nog iets, nog meer, alles?